onopgeefbaar verbonden – de deconstructie (4)

Titelpagina Onopgeefbaar VerbondenDe vierde paragraaf van het pamflet Onopgeefbaar Verbonden behandelt de “olijfboombeeldspraak” die de apostel Paulus in Romeinen 11 gebruikt – een van de weinige nieuwtestamentische bijbelgedeeltes die OV en andere christenzionistische werken met graagte aanhalen. De vraag is echter of de duiding “Die edele olijf is Israël” die OV geeft, wel juist is.

In Romeinen 11:3-6 zet Paulus in met de aanklacht van Elia tegen het volk Israël: ze zijn ontrouw geworden aan God.

>> ‘Heer, uw profeten hebben ze gedood, uw altaren verwoest. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’ Maar hoe luidt het antwoord van God aan hem? ‘Ik heb zevenduizend mensen voor mijzelf in leven gelaten; die hebben niet voor Baäl geknield.’ Zo is ook nu een klein deel over dat God uit genade uitgekozen heeft. Maar wanneer ze uit genade zijn uitgekozen, dan is dat niet omdat ze de wet naleven, want in dat geval zou de genade geen genade meer zijn.<<  

Olijfboom van 1000 jaar - PalestinaHet ‘Israël’ waar God mee verder gaat, dat zijn dus die 7.000 die niet voor Baäl hebben geknield. Zo bestaat het Israël waar God in Paulus’ tijd mee verder gaat uit die joden die Jezus als Messias hebben aangenomen. Zij zijn de ‘overgebleven’ takken van de edele olijfboom. Dat ‘edel’ moet trouwens worden verstaan in de vakterminologie van de boomkweker: een veredelde, tamme, gekweekte, niet-wilde boom. Het gaat immers ook over het hoveniersambacht van het bomen enten. Je hoort hier de echo van Jezus’ gelijkenis van de vijgenboom die op dringend verzoek van de boomgaardenier nog één nieuwe kans krijgt (Lucas 13:6-9).

Er zijn dus twee soorten ‘Israël-takken’ aan die edele olijfboom: degenen die Jezus hebben aangenomen en degenen die Hem als Messias hebben afgewezen. Die laatsten wordt nu hun plaats te midden van Israël ontzegd. Je zou je zelfs kunnen afvragen of zij nog wel ‘Israël’ zijn in deze staat van afgebroken-zijn. Zij staan in elk geval niet meer in contact met de stam en wortels van de edele olijf. Desondanks kan Paulus schrijven dat hun situatie niet volledig hopeloos is: op het moment dat zij niet langer volharden in hun ongeloof, worden zij opnieuw op de edele olijf geënt.

Hier kun je zien dat de vlotte conclusie van OV “Die edele olijf is Israël” niet correct is. De takken aan de edele olijf vormen samen ‘Israël’ – en dat door hun verbonden zijn met stam en wortel. De volgelingen van Jezus uit de niet-joodse volken worden hier tussen geënt op dezelfde stam en gevoed door dezelfde wortel. De afgebroken takken zijn niet langer verbonden met de levende sapstroom van de edele olijf. Nog steeds geldt voor de takken van de edele olijf, d.w.z. de takken die met stam en wortel zijn verbonden: zij vormen samen het levende Israël. De uitgebroken takken zijn alleen in potentie Israël.

De wortels en de stam van de olijf zijn niet zozeer Israël als wel datgene c.q. Diegene die Israël draagt: God en het geloof, het heil en de beloften die Hij aan dit specifieke volk heeft geschonken. Een geschenk zo groot en zo volmaakt dat het ‘uit’ Israël en ‘in’ Christus naar de volken mag stromen, móét stromen zelfs. Paulus is van Godswege de heraut die deze boodschap mag verkondigen.

De beeldspraak van de olijfboom en de takken moet, denk ik, niet tot het uiterste worden opgerekt. Wat Paulus schrijft over het ongeloof van sommige Israëlieten (eigenlijk de meesten, maar wellicht was dat zelfs voor hem te pijnlijk om zo zwart op wit te zetten) is geen consistente theologie. Het is een diep emotioneel betoog, met bloedend hart gehouden. Paulus moet het uithouden in de spanning van enerzijds de redding uit genade door Christus alleen en anderzijds het vasthouden aan de ‘onberouwelijke roeping’ (NBG-vertaling 1951) van Israël door God. Hij kan alleen redding garanderen voor wie in Jezus als Gods Messias gelooft, en wil graag aan al zijn volks- en geloofsgenoten die redding toezeggen.

De vraag is nu of de aandacht van de Kerk van Christus – van de op de stam van de edele olijf groeiende oorspronkelijke en geënte takken – zo specifiek gericht moet zijn op de afgebroken takken. Zeker wanneer die aandacht juist in de afgebroken takken een bron van en inspiratie voor het geloof van de Kerk wil zoeken. Waar ik dat zie gebeuren, hoor ik opnieuw een echo uit het evangelie, namelijk de woorden van de engelen bij het lege graf in Lucas 24 vers 5: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden?’

De verkondigende beweging zou mijns inziens juist andersom moeten zijn. En dat vinden de opstellers van OV uiteindelijk ook, wanneer zij zichzelf en hun lezers de taak opleggen die Paulus zichzelf oplegde:

>> ik hoop afgunst bij mijn volksgenoten op te wekken en een deel van hen te redden <<

Dat is niet iets wat de Kerk met hoogmoed moet doen, dat kan inderdaad alleen op een integere manier worden gedaan wanneer men Christus verkondigt vanuit het besef dat niet de Kerk de wortel draagt, maar de wortel de Kerk.

Greetz, Jominee

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Kerk & Israël en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s